Voorbeelden van het gebruik van Bouwbedrijf in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Is dit bouwbedrijf J.H.Y.?
Het bouwbedrijf verwacht later.
Uiteindelijk zijn we zelfs compagnons geworden in zijn bouwbedrijf.
Ervaar de voordelen voor jouw bouwbedrijf.
Werkt in mijn bouwbedrijf.
Trouwens… ik bezit een bouwbedrijf.
Zij was degene die het bouwbedrijf de opdracht gaf.
Ze bezochten het Wudang bouwbedrijf.
architect of bouwbedrijf?
Ik had dat bouwbedrijf.
zoon werken op vaders bouwbedrijf.
Het huis is in 2009 gebouwd door een professioneel bouwbedrijf.
Ze stellen het bouwbedrijf aansprakelijk.
werkte ik als economisch analist bij een bouwbedrijf.
Het contract voor SoDale gaat naar Andrews Bouwbedrijf.
Ten noorden van ons pand is er een bouwbedrijf.
Hij was een boekhouder bij de stad en… hij onderzocht een bouwbedrijf.
Deze vrouw, Claudie Dubreuil werkt voor een Canadees bouwbedrijf.
Ken je Leo Kessler van Bouwbedrijf Kessler?
Inc., als bouwbedrijf.