Voorbeelden van het gebruik van Dagur in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Wat verbergen, Dagur?
Nee Dagur, niet doen.
Onderteken het verdrag, Dagur.
Dagur is niet alleen gekomen.
Dagur zoekt ons.
Ik ben hier, Dagur.
Vertel maar aan papa Dagur.
Doe niet belachelijk, Dagur.
Dagur is van mij alleen.
Dat denk ik niet, Dagur.
En Dagur heeft een vloot.
Wat is er met Dagur?
Je bedoelt Alvin en Dagur?
Dagur wil een ruil.
De vloot is teruggekeerd, Dagur.
Dagur zal me geen kwaad doen.
Geen spoor van Dagur.
Dagur, waar is je vader?
Ga je ergens heen, Dagur?
We hadden een afspraak, Dagur!