Voorbeelden van het gebruik van Delinda in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Hoe voelt Delinda zich?
Ze weet niks van Delinda.
Is Delinda bij Ed?
Delinda heeft me alles verteld.
Delinda in de keuken?
Bedankt, coach Delinda.
Ben jij Delinda Lecure?
Delinda, wat is er?
Heeft Delinda over Derek gepraat?
Delinda ging met Ed praten.
Wat is er, Delinda?
Delinda heeft die vent verrot geslagen.
Ik weet het van jou en Delinda.
Mary en Delinda hebben ruzie gehad.
Heb je een adres van Delinda?
Delinda zei dat je altijd vrolijk was.
Ik ben de moeder van Delinda.
Delinda, je vader wil dat je terugkomt.
Delinda plaste op haar 16e in bed.
Ik heb gehoord datwe winnen dankzij Delinda.
