Voorbeelden van het gebruik van Levon in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Maar Levon… Jeetje.
Levon, laat het.
Het spijt me, Levon.
Levon Aronian, Armeens schaker.
Levon, altijd een genoegen.
Levon, laat het.
Levon is een rare jongen.
Levon, alles in orde?
Levon, wat doe je?
Leuk je te ontmoeten, Levon.
Ik ben niet kwaad over Levon.
Levon en die gasten begonnen te vechten.
Levon, ik moet naar binnen.
Levon zegt geweldige dingen over je.
Levon, kun je even hier komen?
Levon heeft me verteld waar je woont.
Valt je iets raars op aan Levon?
Wanneer ga je haar over Levon vertellen?
Ik wil alleen niet dat Levon erachter komt.
Quentin, ga Nak en Levon halen.