Voorbeelden van het gebruik van Marcie in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Daarom willen Marcie en ik het voorschieten.
Weet je, Marcie, we hebben eigenlijk geen bewijs.
Je overtuigde Marcie ervan dat je voor haar uiterlijk bent gevallen.
Marcie, ik heb je gevonden.
Jij en Marcie verstoppen je.
Ik moest Marcie afzetten bij het arbeidsbureau.
Ik heb Marcie precies waar ik haar hebben wil.
Niemand zag Marcie staan en dus werd ze onzichtbaar.
Marcie houdt van een mooi rond kontje, nietwaar, Marcie? .
Waar zijn Marcie en de kinderen?
Wat me eraan herinnert, ik moet Marcie bellen voor ze gaat werken.
Wat, geen Marcie?
Oh, vergeet Marcie even.
Je mag Marcie meebrengen.
We gaan enkel Marcie oppikken.
Gemaakt door Eleanor Scoones en Marcie Hume.
Je neemt Marcie.
Ik help je wel, Marcie.
Ik zoek Marcie.
Vergeet het maar, Marcie.