Voorbeelden van het gebruik van Parkeert in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Mr Shelby parkeert zijn auto.
Maar wie parkeert er nog in de stad?
De dader parkeert z'n auto ongeveer vier meter achter deze auto.
Dat was Hanna die parkeert.
Kent u iedereen die de auto's parkeert?
Ik vind dat hij zich vijandig gedraagt als hij op de oprit parkeert.
Je broer parkeert de auto.
Mijn broer parkeert de auto.
Het gehele water parkeert geen hiaten en zeer stabiel.
Ik bedoel maar: iedereen parkeert wel eens in de verkeerde garage.
Hiney parkeert hier het liefst.
Hij parkeert de auto.
Nadat u bent uitgestapt, parkeert uw BMW volledig automatisch in kleine parkeerplaatsen.
Pap parkeert de auto!
Hoe parkeert die vent nou?
Geen problemen de auto parkeert.
Wacht? Er parkeert een man.
Of nooit op dezelfde plaats parkeert?
Bedoel je zoiets als een jongen zoenen die auto's parkeert?
Hij rijdt naar binnen, komt terug en parkeert hier.