Examples of using Amir in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Frankrijk- Amir schrijft succesverhaal:
Frankrijk- Amir schrijft succesverhaal:
Het is typisch Amir om zoiets te doen.
Het wapen wat bij Amir is gevonden komt 100% overeen.
Ik ontmoette Amir af en toe, om hem te herinneren aan zijn achtergrond.
Ga Amir zijn huis doorzoeken.
M'n enige zoon Amir is pas gedood.
Amir begon op 11-jarige leeftijd met boksen
Amir ging naar de basisschool in Herzliya.
Amir is een Iraanse asielzoeker.
Amir, waarom varen we niet?
Mijn enige zoon Amir, is nog niet zolang geleden vermoordt.
Amir haalt je hier weg.
En Amir en de Groenen dan?
Kan ik Amir even spreken?-Morgen, Adam.
Moeten we Amir waarschuwen?
Kan ik Amir even spreken?-Morgen, Adam.
Kijk naar mij en Amir.
Ik zag dat je veel belde met een Amir.
Waarom was je bij Amir thuis?