Examples of using Bejaard in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Medicine
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ze zijn echt bejaard.
Hoe bejaard.
Ja, ik ben oud, ik ben bejaard.
Ze is bejaard.-Mooi.
Zijn vrouw Emma is ook ziek en bejaard.
Ze is bejaard.
Getroffen honden zijn meestal midde-leeftijd of bejaard.
maar niet bejaard.
Een opvallende verschijning. Bejaard, rood haar.
Het gaat over een bejaard stel.
Ze liggen op de binnenplaats. Een bejaard echtpaar.
Twee sIachtoffers. Een bejaard koppeI.
Ze liggen op de binnenplaats. Een bejaard echtpaar.
Hij noemde me bejaard.
Ze zijn allebei bejaard.
Ik ben niet bejaard.
Simuleer bejaard wapen, met levendige bloedstroom
Bejaard, maar hij is verkoold.
Niet als je jong, bejaard, of een probleem met je immuunsysteem hebt.
U bejaard bent.