Examples of using Benoem in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik benoem u tot… Opperbevelhebber van ons leger tegen Khitan.
Daarom benoem ik je bij Haakon Haakonssons beschermer.
De wet in eigen hand nemen, benoem jezelf rechter en jury.
Daarom benoem ik je bij Haakon Haakonssons beschermer.
Daarom benoem ik je bij Haakon Haakonssons beschermer.
Benoem het aas aan je haak naar een dierbaar iemand.
Ik benoem je daarom als Haakon Haakonsson's dichtstbijzijnde beschermer.
Benoem me tot beschermer van het Noorden.
Benoem hem tot hoofd van onze financiële organisatie.
Benoem hem tot hoofd van onze financiële organisatie.
Ik benoem Dr. Dan Westville.
Hierbij benoem ik u tot bewaarder van de voogd.
Benoem hem onder zijn titel, loon, startdatum.
Ik benoem je tot commandant over 1000 manschappen.
Benoem meer kardinalen.
Benoem je angst.
Heb spijt en berouw, en benoem al uw zonden.
Dan benoem ik u aartsbisschop van Canterbury.
En ik benoem Alicia.
Dan benoem ik u aartsbisschop van Canterbury Eh, ja.