Examples of using Bezatten in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Dan bezatten we ons en gaan we naar 'n oudervergadering.
Ik wil me met jou bezatten om je te zien lachen.
Twee juryleden bezatten zich bij de lunch met 'n fles gin.
Ga je maar heerlijk bezatten.
Kom, we gaan ons bezatten.
Dat we ons in heel Europa bezatten.
Ik ga gaan doen wat dichters doen mezelf bezatten.
Nu gaan we ons bezatten.
Ik haat m'n leven. Dus ik ga me bezatten.
Ik wil me gewoon bezatten.
Ik moest me met iemand bezatten.
Die zal ik toeschrijven aan een hoop bezatten van een minderjarige.
Misschien moet je pa zich 's morgens bezatten.
Een man verloor zijn been omdat jij je wou bezatten.
Ga je voor mijn part bezatten.
We doen deze en dan kunnen we ons toch nog bezatten voor het eten.
Wyatt, en die zich daar binnen gaat bezatten is Morgan Earp.
gingen we ons bezatten.
Wil je je nog steeds bezatten?
Iemand gaat zich heel schoon bezatten.