Examples of using Breen in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Mevrouw J. BREEN voor Groep III.
Het bestellen van de panelen kostte de Breens 900 dollar.
Zeg 'm dat ie de drank bij Breen's op moet halen.
Ik kwam bij Breen's langs vandaag.
Rechercheur Breen.
Agent Breen?
Behalve die Breen.
Behalve die Breen.
Goedenavond, meneer Breen.
Natuurlijk, Monsieur Breen.
Onmogelijk, meneer Breen.
Welterusten, meneer Breen.
Dan Breen, ziekenhuisbeveiliging.
Ik heb Charlotte Breen.
Vraag naar sergeant Breen.
Goedemiddag, monsieur Breen.
Ik wil Breen terug.
Christina Breen heeft oorpijn.
Charlotte Breen is onderweg.
Breen schip stuurboord achter.