Examples of using Brit in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik ben een Brit, Heer. Het klooster?
Nee, die Brit is bestand tegen charmeren.
Hoe doet onze Brit het?
Ik werd gechanteerd door een Brit op de klanken van Mozart.
Ik ga die magere Brit vinden en hem wurgen.
Brit en haar familie waren allemaal klanten van Branch Genetics.
Ik ben een Brit, Heer. Het klooster?
Ik hou van je, geniale Brit.
Belfast.- Dan ben je een Brit.
Als jonge Brit besloot hij ooit‘een jaartje' door Frankijk te gaan varen.
Nee, Brit, dit keer gaan ze veranderen.
Brit ik wil je dit laten zien.
Geef het een worp, Brit.
Ik ben een Brit, Heer.
Hij zal me vertrouwen, ik ben een Brit.
Als Brit is hij helemaal opgenomen in de Franse gemeenschap.
De Brit woont in het rode huis.
Een leider, zowel Brit als Romein.
Ik hoorde jou en de Brit.
Mijn naam is Brit niet.