Examples of using Cath in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Cath is je vrouw niet.
Cath niet, Marge niet, Julie niet.
Cath niet, Marge niet, Julie niet.
Waarover bakkeleiden Cath en Jim? Dat was het.
Doe Cath en de baby de groeten.
Cath Luyten deed het voor haar spelprogramma We're going to Ibiza.
En breng hem naar de cath lab nu.
Mark Bazeley- Jim Atwood: Echtgenoot van Cath en bezit een lokale garagebedrijf.
Sorry. Ik geloof, dat er een nicht of een tante van Cath bij was.
Cath's feest was zaterdagavond.
We zagen je uitnodiging voor Cath's verjaardag op zaterdag.
Ik had een heerlijke tijd in Cath's plaats.
Zo verdelen bijvoorbeeld SCOP en CATH de structuren onder in groepen volgens het type structuur
Bel Cath.
Bedankt, Cath.
Veel, Cath.
Cath. Hier?
Mijn liefste Cath.
Cath. Hier?
Cath Hardacre, klokkenluider.