Examples of using Chiropractor in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Lk ben een chiropractor. lk werk met wervels.
En de chiropractor? Je zag toch wat het kostte.
Uw chiropractor, Carol, is gearriveerd.
Hij is verzonden vanuit een kantoor van een chiropractor in Kaimuki.
Jij doet tenminste alsof je chiropractor bent.
Ik ben geen chiropractor.
Hij is chiropractor.
Ik hoorde dat je chiropractor bent.
Ik ben chiropractor.
En ik ben chiropractor.
Je wordt dus chiropractor.
Hij is chiropractor.
Chelsea zei dat je chiropractor bent.
Dat ze een chiropractor nodig heeft.
En de chiropractor?
Ik werk bij een chiropractor.
Ze is chiropractor.
Daarna werd hij chiropractor.
Wat doet een chiropractor?
De pen, het kantoor van de chiropractor.