Examples of using De boon in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
niet de boon zelf.
Werkt naast hem in de boon velden Climax.
Werkt naast hem in de boon velden.
Van de bes tot de boon.
Maar ik heb de boon.
Het water uit de boon verdampt.
Tijdens het roosteren verschijnt olie op het oppervlak van de boon.
We hebben de boon.
studiebol de boon is een groente.
Een punt voor de sterke boon.
Dan moet hij over de boon hebben gelogen.
Die doodt de levenskracht van de boon.
Is het jaar van de boon.
De heilige boon, een Romeins recept De tuinboon is een bijzondere peulvrucht.
Bereid je voor en haal de magische boon die in de kast ligt,
Iedere dag vinden er workshops plaats over chocolade maken en de geschiedenis van de chocolade boon.
De boon wordt geplukt voordat deze geheel volgroeid is,
De Boon Catch Plate is het ideale eet bordje om kleintjes het morsen af te leren.
