Examples of using De prius in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik geloof niet dat de Prius ideaal ontworpen is voor dit soort dingen.
Zie je de Prius?
Wie rijdt er in de Prius?
Vast niet. De Prius is gestolen.
Wat weet je van de Prius?
Wat vind je van de Prius?
Vast niet. De Prius is gestolen.
Daarbovenop biedt de Prius enkele unieke voorzieningen.
Is de dame van de Prius hier?
Carol, dit japanse prinsesje heet de Prius.
Toen de Prius uitkwam, steeg m'n bloeddruk enorm.
Vind je dat wat? En de Prius dan?
Jij gaat met de Prius naar Vegas? Prius? .
Vind je dat wat? En de Prius dan?
De Prius gedraagt zich als iedere andere auto met automatische versnellingsbak.
Ik kon gegevens halen van de telefoons in de Prius.
Dus, mag ik met de Prius naar huis rijden?
We kunnen maar beter terug gaan naar de prius, zoon.
Als je de prius kan terug takelen, zou dat geweldig zijn.
In de stad overtreft de Prius die belofte dankzij de volmaakt stille elektromotor.