Examples of using De simulator in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
De simulator is daar. Beetje triest?
Beetje triest. De simulator is daar?
Hoi, wij hebben de simulator om drie uur.
Hoi, wij hebben de simulator om drie uur.
De simulator is uitgeschakeld.
Sparta, de simulator voor de nieuwe generatie.
Een van de uitdagingen in het project is het veilig gebruik van de simulator.
Ik deed al meer dan 300 duiken op de simulator, sir.
Leg dat in de simulator.
Nee, maar als de hij in de simulator zat.
En die vent bij de simulator was nieuw.
Alsjeblieft, laat me de simulator proberen.
Ik zweer het.-Maar je was in de simulator.
Wat deed hij eigenlijk in de simulator?
En ik heb aanzienlijk veel uren doorgebracht in de simulator.
Alstublieft, laat mij de simulator proberen.
We zitten niet in de simulator.
Wat deed hij in de simulator?
Penelope, laat hem de simulator zien.
En die vent bij de simulator was nieuw.