Examples of using Erwin in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Erwin Weisshaupt.
Erwin! Je moeder is hier.
Bill Erwin is aan ouderdom overleden.
Erwin heeft jou een tip gegeven: Red rose.
Ik ben schout-bij-nacht Erwin Pettijohn, officier van de wacht. Daar.
Het was Ellis Erwin… het kwaadaardige schoolhoofd.
Erwin, hier.
Want Erwin heeft een tweelingbroer en z'n beide ooms zijn tweelingen.
Zeg:'Welterusten Erwin', schat!
Erwin gaf je maximaal €34 voor je eerste reis.
ben getrouwd met Erwin.
dan spreek ik Erwin Bulte.
Hij doet een Erwin Allen.
Vroeger was hij een jongen en heette hij Erwin.
Ze huwde met oorarts Erwin Offeciers.
Ja, ik hou ook van jou, Erwin. Dankjewel.
Ja, ik hou ook van jou, Erwin.
Ja, ik hou ook van jou, Erwin. Dankjewel.
Volgens Erwin bepalen details de hele essentie,
Er werden twee winnaars aangewezen, Erwin Dürkop uit Hannover