Examples of using Gechipt in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Je bent gechipt.
Ik denk dat Flapje gechipt is?
Jasper is gechipt.
Is hij gechipt?
Hopelijk ben je gechipt.
Ze is gechipt.
Flipper. Is ze gechipt?
Iedereen hier is gechipt.
Flipper. Is ze gechipt?
Ze waren gechipt.
Hij was niet gechipt.
Gechipt zijn(dit moet gebeuren vóór alle andere dingen).
Uw hond dient gechipt te zijn.
ontwormd en gechipt.
Gechipt met het merkteken 666 en voor eeuwig verloren!- Evangelical Endtimemachine.
Zo kunnen allemaal gechipt zijn zonder dat wij het weten.
Gechipt, ingeschreven in veulenboek NSPS(dus met stamboekpapier en paspoort).
Het vullen van kleine beschadigingen: gechipt, gaten, scheuren, spleten….
Voorwaarde: Overmatig gebruik en gechipt verf.
volledige papers zijn gechipt, ingeënt en ontwormd.