Examples of using Hapt in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Plof Crowd hapt.
Hapt Onduidelijk schreeuwen.
Hapt Man, als ik had een verbinding als dat.
Hapt zijn waar het bij is.
Hapt Kijk uit!
Hapt zacht.
Piepen, blijft knetterende Hapt.
En hij poept op mensen.- Hapt.
Hapt Ik ook niet.
Hij hapt.
Paarden briesen, en de schildpad hapt.
Je hapt altijd.
Hij hapt.
Wanneer het gracieuze landhuis in zicht komt hapt menig bezoeker even naar adem.
Denk je dat ze hapt?
Hopelijk hapt hij snel naar het lokaas.
Misschien hapt er wel iemand.
Hé, waarom hapt ze naar die andere?
Max, Haan hapt naar de koeien om ze te laten bewegen.