Examples of using Het warm in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Laat het brood een beetje afkoelen en serveer het warm.
Dit gebak smaakt het beste als het warm wordt geserveerd.
Dit doen ze meestal omdat ze het warm hebben.
Ik ben zo opgewonden zodra het warm wordt.
Ik bedoel, misschien had ze het warm.
Dan krijgen we het wel warm.
Wat is er aan de hand, heb je het warm of zo?
Zomers kun je er niets aan doen als je het warm krijgt.
Voeg een lepeltje toe aan het warm stromend water.
Daar krijgt u het warm van.
Zwem, dan heb je het warm.
Daar krijg je het warm van.
Wat een fantastische manier van het warm maken van ons zwembad.
Ik ga het warm maken voor je.
Giet het warm geworden fruit bij de havermout.
Voor het warm/koud houden van producten is de UPC400 het meest geschikt.
Ik krijg het warm als ik je zie koken.
Dit maakt het warm in de winter en ademend in de zomer.
Vervolgens kun je het warm of koud opeten.