Voorbeelden van het gebruik van Het warm in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Eet het terwijl het warm is.
Kan je mij niet zeggen of het warm is?
Maar je eet ze juist als het warm is.
Ik zal je niet weer vragen of het warm is. Oké.
De laatste keer was het warm.
Daar is het warm.
De vorige keer was het warm.
Wil je niet liever ergens met me naartoe gaan waar het warm is?
Man, wat is het warm.
Barometer. Dacht dat ik op moest letten om te zien of het warm wordt.- Souvenir?
In het vliegtuig was het warm.
Kom binnen. Daar is het warm.
Dat is fijn als het warm is.
in elk geval is het warm.
U moet het eten als het warm is.
Hoe meer het warm is, het wordt vuur.
Als het warm is, Giuseppe verkoopt in dal.
Maar als het warm wordt, wordt het zeer vluchtig.
Ik had het warm en wilde wat schaduw.
Heb je het warm genoeg?