Examples of using Huid in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Of iemand met jouw huid.
Knopen. Stript ze leeg tot op de huid.
En ik heb het over denim en huid.
Ze hebben een dikke huid door al die misdaden.
Zijn bleke huid.
Knopen. Stript ze leeg tot op de huid.
Ryn? Haar huid.
Ook is het mogelijk om patiënten met een donkere huid te behandelen.
Medelijden met jezelf hebben is slecht voor je huid.
Het gaat niet over shirts versus huid.
De mix van mijn huid en de zijne.
De meeste van de meisjes zijn prachtig warm en witte huid.
Een stoppelbaard. Een bleke huid.
Ik heb ze vaker met huid en haar opgegeten.
En met een huid.
Sommige mensen met een lichte huid hebben een warme ondertoon.
En dat monsters geen menselijke huid meer hoeven te dragen.
Zwavel was vreselijk voor mijn huid.
En met huid.
Van de varkenskarkassen worden na het steken de huid niet afgehaald.