Examples of using Manke in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Die manke gaat bekennen.
Ik leende hem vijf ruggen voor die manke vastgoedtransactie.
Waar heb je uitgehangen, manke?
Je had het goed, manke.
Jij bent die manke jongen.
Die manke? Maak je geen zorgen?
Je hebt een deal, manke.
En jullie mogen hopen… dat die manke weet waar het geld is.
m'n neus, m'n manke poot.
En die manke robot van jou.
Die manke? Maak je geen zorgen.
Ik denk het wel, manke.
Ik heb veel goeds over je gehoord. Hé, Manke.
Hij bracht met die manke jongen m'n tas terug.
Dit is zijn manke broer.
Ik vermoord die manke!
Als hij om een gratis koffie vroeg, gaat de manke neer.
Jimmy Jon, toon deze manke een beetje hillbilly how-do.
Je vriend vond het sneu om een ouwe, manke man te beroven.
De mooiste vrouw van Europa en die manke dwerg.