Examples of using Marja in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Marja, op deze camping in juni 2013.
Marja heeft niets met je gedeeld.
Schrijft Marja:‘Een bericht van mij uit de polder;
Marja heeft niets met je gedeeld.
Marja plaats is erg gezellig
Marja, op deze camping in mei 2012.
Jan en Marja zijn zeer toegankelijk en gastvrij.
Marja honden waren niet in de kamer bij het ontbijt.
Marja Griede haalt haar inspiratie uit de dingen die haar beroeren en bezig houden.
Vandaag is Marja onze Guest Designer.
Marja, op deze camping in juni 2013.
Er is geen dag, Marja, dat ik niet aan je gedacht heb.
Marja, op deze camping in mei 2012.
Marja heeft niets met je gedeeld.
In combinatie met het kleurgebruik van Marja krijgt dit kleed een enorme impact!
Dank je wel voor je lieve berichtje Marja.
We voelden ons ook zeer welkom bij Marja en haar man.
Uitstekende service o.a. van Marja en snelle verzending.
Na de briefing gingen we samen met Jaap en Marja bij Sam's Family eten.
We gingen op pad met Jaap, Marja en Betty.