Examples of using Mijn weekend in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik wil mijn weekend niet verdoen met de auto wassen.
Het is niet mijn weekend.
Ja, dit is wel een beetje mijn weekend.
Morgen begint mijn weekend.
Maar goed… tot zo ver mijn weekend.
Niet alleen zijn mijn weekend vol met meisjes die me willen behagen,
Ik werk nu en ik wil echt mijn weekend terug om boodschappen te doen.
en ik breng mijn weekend door met Wii spelen… alleen.
Ik werk nu en ik wil echt mijn weekend terug om boodschappen te doen.
Ze wil Nate nemen naar San Diego dan Day Presidents', die mijn weekend.
Ze wil Nate nemen naar San Diego dan Day Presidents', die mijn weekend.
mij geschenken geven… mijn weekend met training overnemen… me trieste verhalen vertellen dat niemand je kwam toejuichen.
Het is m'n weekend met de jongens.
Daarom zijn mijn weekenden eigenlijk heel huiselijk.
Dat is waar. Ik laat m'n weekend door die dorpsgekken niet verknallen!
Mijn weekenden zijn niet zo saai als je denkt.
Hij verpest m'n weekend in de Hamptons.
Mam, ik wil echt niet mijn weekends door te brengen met je vrienden.
Dit is m'n weekend huis.
Ik bedoel, mijn weekenden zitten propvol.
