Examples of using Noah in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Leeft Noah?
Ik ben Noah Henry. Ik hoor bij de bouwploeg.
Ik wil Noah uitleggen hoe uitgeput ik ben.
We mochten nooit Noah weg gedaan hebben.
Terwijl Noah zijn familie wordt geruïneerd.
Noah schiet Elle in de arm
Joker en Noah maken van de gelegenheid gebruik om te ontsnappen.
Hij probeert Noah over te halen om de waarheid te vertellen.
Na een jaar beginnen Noah en Allie aan een nieuw leven, zonder elkaar.
Ik… ben Noah Ferris en… ik heb een sociale angststoornis.
Noah zijn arm was uit de kom getrokken.
Toen Noah weg was, was ik eenzaam.
Niet tot Noah gevonden is.
Noah, ze zitten overal aan.
Noah, ze raken alles aan.
Noah kan de held van de buurt worden.
Noah achtervolgt ons!
Noah leeft.
Noah is jarig vandaag.
Ik ga Noah controleren. Hé!