Examples of using Pipo in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Daar is onze pipo.
Vind jij haar aardig?' vroeg Pipo.
Achter in de rij. Hé. Pipo.
We bespreken die later wel,' zei Pipo.
Achter in de rij. Hé. Pipo.
Wie is haar vriend?' vroeg Pipo.
Zeg dan dat je die pipo verkiest.
Wat ben je toch een romantische idioot, Pipo.
Jij zegt niks meer, want deze pipo heeft sowieso niks.
Ze wist dat ze Pipo had vermoord.
Dan kan ik misschien voorkomen dat het hier gaat lijken op een pipo wagen.
Het nieuwe model van Pipo; De Pipo X9S.
Kijk me aan, Pipo.
Het was Pipo strikt verboden hen te volgen.
Sorry, Pipo. Ik zag deze bank het eerst.
Nou, Pipo, je hebt het zojuist mijn zaak gemaakt.
Je maat Pipo is me vandaag komen vinden.
Wel zijn vele NLders gruwelijk achtelijk om op zo'n pipo gestemd te hebben.
Op je knieën, pipo!
Ik ben samen met je binnengekomen, Pipo.