Examples of using Prieel in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Dit prieel is wellicht het meest ambitieuze bouwwerk… gemaakt door een enkel dier.
Het is gewoon zij en haar prieel.
Zitje in de tuin, prieel(15 m2), tuinmeubelen.
Buitendouche, prieel(25 m2), tuinmeubelen.
Het prieel, voor iedereen te gebruiken.
Nu hij blij is met zijn prieel, gaat Oranje bezig in de achtertuin.
Gebruik windschermen en klimplantschermen in combinatie met het prieel Puzzle.
Prieel, openbare parkeerplaatsen in de straat.
Voor alleengebruik: prieel, terras, tuinmeubelen.
Heeft prieel de beweging zorgvuldig.
Een enorm prieel om een jong boompje heen geweven.
Volgroeide tuin met zwembad en prieel.
Prieel(40 m2), parkeerplaats op het terrein.
Maar hun prieel trekt snel andere interesses aan.
Terras, Whirlpool, sauna, prieel met grill, vuurplaats.
Op het erf druif prieel vie.
Tuin: grote tafel onder het prieel.
Prieel, barbecue schommel, zandbak.
En het ontbijt onder het prieel bij mooi weer.
In een tuin- een prieel voor de rest.