Examples of using Pruimen in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Mijn pruimen kostuum!
Twee pruimen in een bruine zak!- Aah!
Nu rustig wachten op de appel en pruimen oogst.
Dat zijn pruimen.
Pruimen laagstam halfstam hoogstam.
Twee pruimen in een bruine zak!- Aah!
Ze zijn volledig zoet en bevatten pruimen en amandelen.
Het zijn pruimen.
Eend met pruimen en gembersaus.
viooltjes en pruimen.
Grote, rijpe pruimen. Rijpe pruimen, weet je.
Nee, bruin met pruimen.
Pruimen en komkommersalade met eendenborst.
Ik ga de pruimen halen.
Rijpe pruimen, weet je. Grote, rijpe pruimen.
Vanavond is 't konijn met pruimen.
Nu al pruimen bloesems!
Perziken en pruimen.
Vanavond is 't konijn met pruimen.
Het is geen pruimen boom.