Examples of using Ruslan in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ruslan, je leeft!
Hij vroeg naar Ruslan Krasnov.
Ruslan, hou vol!
Ruslan wil wraak nemen.
Let goed op, Ruslan.
Chernomor, Ruslan… hè?
Zijn naam is Ruslan Denisov.
Chernomor, Ruslan… hè?
En die Ruslan dan?
Ruslan, ben jij dat?
Ruslan, wat gebeurt er?
Je had gelijk. Ruslan?
Ruslan, dat wordt je dood!
Je kunt dit land besturen, Ruslan.
Ik… Ruslan, nog één stap!
Ruslan, waar ben je geweest?
Ruslan, waar ben je geweest?
Chernomor, Ruslan… hè?
Ruslan, we hebben het bewijs.
Je bent een gevaarlijk man, Ruslan.