Examples of using Shot in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik weet dat er een shot in mijn tas zit.
Wie neemt er een shot?
Ze doen alles voor een shot.
Ava, je staat in mijn shot.
Ik weet dat er een shot in mijn tas zit.
Ik moet een shot.
En ik drink een shot wanneer ik wil.
Ik wed je dinner dat ik dit shot maak.- Yo.
Jijii! Kom snel terug en geef me een shot.
Ik heb nog amper genoeg voor een shot.
Je verpest m'n shot.
Scotty, ik heb de shot.
Leuk in combinatie met onze neon drinkglazen of neon shot glaasjes.
Hou op met die herrie en kom een shot nemen.
Na een weekend zonder een shot.
Howie, we hebben de shot.
Wil er iemand een shot?
Ik heb een shot nodig.
Breng me alsjeblieft nog één shot.
Now, I have called the shot.