Examples of using Skitter in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
De Skitters waren ook geharnast.
Wat als de Skitters je horen?
Weaver of de Skitters.
Mijn jongste dochter Sophia is gevangen genomen door de Skitters.
Dat zijn Skitters.
Ik ben blij dat het was niet de Skitters.
We noemen ze skitters en mechs.
Had drie Mechs en twee Skitters.
Ja, Matt? We zijn niet dankbaar voor Skitters.
Ik vraag me af of de Skitters een God hebben.
Dat is goed. Skitters.
Ik ben blij dat het de Skitters niet waren.
We zagen verse sporen van Skitters en Mechs.
Gevonden. Ik heb een idee over de Skitters.
Hoe was het bij de Skitters?
Dingaan en Matt besproeiden de laatste Skitters.
vooral met Skitters.
Skitter, bedoel je.
Ruil je informatie voor Skitter cadeautjes?
Een Skitter heeft hier toch iemand vermoord?