Examples of using Suzan in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Suzan ligt op de intensive care.
Nee, Suzan, het is 'n groeps winst.
Hoi, Suzan, leuk je te ontmoeten.
Hij is zo gek op Suzan.
Suzan Verdegaal is tevens werkzaam in het Alrijne Ziekenhuis.
Kom op, Suzan.
Lieve Suzan en het gehele team.
Hij heet Suzan.
Wij houden van ons verblijf met Suzan.
Dat is mijn ex-vrouw Suzan.
Prijs/kwaliteit 10 Jef en Suzan, met partner.
Je moet deze met Suzan Hofff.
Het was allemaal de‘schuld' van Victor Suzan.
Ik hield van jou, Suzan.
Kun je me haar kamernummer geven? Suzan Bayraktar.
Afgelopen nacht. Je moet deze met Suzan Hofff.
Mijn naam is Suzan.
Hoi Suzan, ik heb deze geweldige, nieuwe huidgel ontdekt.
Suzan, op deze camping in juli 2017.
Suzan heeft me ook veel over u verteld.