Examples of using Tesla in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Tesla en stabiel.
Tesla, wat ben je aan het doen?
Tesla, ik moet echt.
Kan ik mijn Tesla onderhoudsplan annuleren?
Ter vergelijking: een gewone koelkastmagneet is 0, 005 tesla.
Slim laden app nu beschikbaar voor alle Tesla-bestuurders.
Wij hebben uiteraard een dashcam in onze Tesla.
Ja, ik heb zelf een Tesla.
Verdedig je positie met je tesla torens.
Ja en het heet een Tesla.
Ik krijg een Tesla.
Ik zie er zo lekker uit in 'n Tesla.
Lekkere hummus, maar… ik heb een tesla.
Dit kunnen beter sleutels zijn voor een Tesla.
En het is geen tesla spoel.
Tesla heeft een radio.
Liever met de Tesla op vakantie dan met het vliegtuig.
Voorruit vervangen van de Tesla uitbesteden of zelf doen?
Met batterijen als de Powerwall van Tesla kun je zonne- en windenergie opslaan.
Liever met de Tesla op vakantie dan met het vliegtuig.