Examples of using Thorin in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Zie, de grote schat van Thorin.
Thorin I verlaat Erebor en gaat naar de
Thorin sneuvelde in dit gevecht
Ik zet… deze tocht niet op het spel voor een inbreker. De Thorin die ik ken zou naar binnen.
En Thorin?
Erebor. Thorin.
Gegroet Thorin!
Thorin Eikenschild was.
Thorin is daar.
Hé, Thorin.
Nee. Thorin.
Vaarwel, Thorin.
Daar is Thorin.
Thorin Eikenschild?
Thorin, nee.
Thorin. Pak ze!
Volg me. Thorin.
Waar is Thorin?
Gegroet, Thorin Eikenschild.
Thorin moet gewaarschuwd worden.
