Examples of using Titus in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Ecclesiastic
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Titus komt op.
De speler bestuurt Marius Titus, een Romeinse generaal.
Phoebe Titus, de enige Amerikaanse vrouw in Tucson.
Waar is Titus? Je hebt een hoop gemist?
Titus z'n mannentas wordt gek!
Titus Witherdale.
Balem en Titus mogen van niets weten.
Allemaal naar de Titus.
Daarnaast kunt u naar Arch of Titus wandelen.
We gaan erin en eruit. Net als Titus op het schoolgala.
Ze hebben de helft van Titus' mannen uitgeschakeld.
We moeten de kluis van Titus vinden.
Titus Tribunen van het volk,
Titus En als het morgen uw majesteit behaagt,
Ik ben God dankbaar dat Titus zich net zo voor u inspant als ik.
Wat Titus betreft: hij is mijn metgezel
Dus nu Titus weg is, bent u in de race voor voorzitter?
Ja, maar Titus hoefde niet te sterven om dat te bereiken.
Ik ben God dankbaar dat Titus zich net zo voor u inspant als ik.
Het portret van zijn zoon Titus uit 1655 is een voorbeeld van Rembrandts late schilderstijl.
