Examples of using Trevor in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik had naar Trevor moeten luisteren, ik had hem moeten vertrouwen.
Hij noemde Trevor twee keer Digger.
Laten we Trevor in de maling nemen.
Sprak Trevor ooit over Nina, z'n vrouw?
Behalve Trevor was er niemand die zo in me geloofde.
Ik riep Trevor, maar hij kwam niet.
Trevor vermoord me.
En omdat Trevor weg is Kan ik echt wel wat gezelschap gebruiken.
Nadat hij 't deed, kwam Trevor 'n week niet uit z'n kamer.
Trevor belt.
Dit was Trevor Collins vanuit het hoofdkwartier van Banks. In een prima stemming.
Trevor kan me geen zak schelen.
Mijn vrouw en ik hebben Trevor in geen twee weken gesproken.
Ik ben Trevor Evans, een vriend van Mike Ross.
Trevor is wel oké.
Trevor heeft de code voor de kluis.
Ja. Trevor heeft de code van de kluis.
Trevor en Charlie wilden me vermoorden.
En ik kwam Trevor en wat vrienden tegen.
Trevor en Charlie probeerden me te vermoorden.