A TRAILER in Dutch translation

[ə 'treilər]
[ə 'treilər]
een trailer
trailer
a tractor-trailer
een caravan
caravan
trailer
een aanhanger
trailer
an adherent
supporter
a proponent
followers
a devotee
a partisan
een oplegger
a semi-trailer
trailer
a semi
a semitrailer
een fietskar
a trailer
n caravan
caravan
trailer
n trailer
trailer
a tractor-trailer
de dieplader
lowloader
the low loader
low-loader
the flatbed truck
the trailer

Examples of using A trailer in English and their translations into Dutch

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Ecclesiastic category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Computer category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Thord has to salvage a trailer with a load of fish worth 100,000 euros.
Moet Thord een oplegger bergen met een lading vis van 100.
A trailer packed with dope on the way in?
Een trailer vol met drugs aan de grens. In ruil voor?
We get a trailer with a couple.
We nemen een caravan met een paar hectare land.
Two bicycles with a trailer are all waiting for you.
Twee fietsen met een fietskar staan al voor u klaar.
Foldable harvesting belt to mount in a trailer.
Opvouwbare oogstband om in een aanhangwagen te monteren.
We got to get a trailer for you and some clothes for the little pard.
Jullie hebben 'n caravan nodig en kleding voor de baby.
I have got a trailer full of mooks.
Ik heb een aanhanger vol schepsels. Kijk maar.
And we would stay in a trailer in the woods.
Wij zaten in een woonwagen in het bos.
A trailer for After Party.
Een trailer voor After Party.
I have a trailer in the woods.
Ik heb een caravan in het bos.
Ramps are often simply included in the purchase of a trailer.
Oprijkleppen worden vaak eenvoudig meegenomen bij de aanschaf van een oplegger.
Canoes are easily transported with no need for a trailer.
Kano's zijn gemakkelijk vervoerd met geen noodzaak voor een aanhangwagen.
He has a trailer?
Heeft ie 'n caravan?
I had a trailer. It's not like- Well, yeah.
Ik heb 'n trailer.- Ja.
He also has a trailer, but… A Wartburg.
Hij heeft ook een aanhanger, maar.
I live in a trailer at the beach.
Ik woon in een trailer op het strand.
We can lend you a trailer for free.
Wij kunnen u als klant hiervoor gratis een aanhangwagen lenen.
There's a trailer.
Er is een caravan.
Wink said you lived in a trailer with your mom.
Wink zei dat je met je moeder samen leeft in een woonwagen.
No! That's like… like a street light or a trailer or something.
Nee. Dat is een straatlantaarn of een oplegger of zo.
Results: 772, Time: 0.0525

Word-for-word translation

Top dictionary queries

English - Dutch