GIRDED in Dutch translation

['g3ːdid]
['g3ːdid]
omgord
gird
aangegord
girded
omgordde
gird

Examples of using Girded in English and their translations into Dutch

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Ecclesiastic category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Computer category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
He, the Ancient of everlasting days is come, girded with majesty and power.
Hij, de Aloude der onvergankelijke dagen is gekomen, omgord met majesteit en macht.
I assure you that when you were young, you girded yourself and walked where you wanted.
Ik verzeker u dat toen je jong was, je omgordde jezelf en liep waar je wilde.
Behold how He hath come down from the heaven of His grace, girded with power and invested with sovereignty.
Aanschouwt hoe Hij uit de hemel van Zijn genade is nedergedaald, omgord met macht en bekleed met soevereiniteit.
he took a towel, and girded himself.
nam een linnen doek en omgordde zich.
took a towel and girded Himself.
nam een linnen doek en omgordde Zich daarmede.
Stand therefore, having girded your waist with truth,
Staat dan, uw lenden omgord hebbende met de waarheid,
being a child, girded with a linen ephod.
een jongen, met een linnen lijfrok omgord.
And the priest stood at the entrance of the gate with the six hundred men that were girded with weapons of war.
De priester nu bleef staan aan de deur van de poort, met de zeshonderd mannen, die met krijgswapenen aangegord waren.
they that stumbled are girded with strength.
zijn met sterkte omgord.
PROV 31:17 She hath girded with might her loins, And doth strengthen her arms.
Cheth. Zij gordt haar lenden met kracht, en zij versterkt haar armen.
thou hast loosed my sackcloth, and girded me with gladness;
Gij hebt mijn zak ontbonden, en mij met blijdschap omgord;
the stumbling have girded on strength.
zijn met sterkte omgord.
thou hast put off my sackcloth, and girded me with gladness;
Gij hebt mijn zak ontbonden, en mij met blijdschap omgord;
And they girded on every man his sword; and David also girded on his sword;
Toen gordde een iegelijk zijn zwaard aan, en David gordde ook zijn zwaard aan;
is in the belt, we would be girded"in truth.
zo zouden wij"in waarheid" omgord zijn.
Lament like a virgin girded with sackcloth for the husband of her youth.
Kermt, als een jonkvrouw, die met een zak omgord is vanwege den man van haar jeugd.
because his waist is girded with truth.
zijn lendenen zijn met de waarheid omgord.
I am the LORD, and there is none else, there is no God beside me: I girded thee, though thou hast not known me.
Ik ben de HEERE, en niemand meer, buiten Mij is er geen God; Ik zal u gorden, hoewel gij Mij niet kent.
they that stumbled are girded with strength.
zijn met sterkte omgord.
which is girded by four animals.
wordt door vier dieren omringd.
Results: 87, Time: 0.0444

Top dictionary queries

English - Dutch