UTENSILS in Dutch translation

[juː'tensilz]
[juː'tensilz]
keukengerei
kitchenware
kitchen
kitchen ware
crockery
cookware
utensils
gebruiksvoorwerpen
utensil
tool
item
utilitarian object
used
bestek
cutlery
support framework
silverware
scope
flatware
specifications
utensils
contract documents
documents
gereedschap
tool
equipment
utensil
kookgerei
cookware
kitchenware
cooking utensils
cooking equipment
kitchen utensils
cooking tools
benodigdheden
requirement
need
werktuigen
equipment
tool
machinery
implements
instruments
attachments
devices
gerei
utensils
machine
tools
gear
tackle
things
paraphernalia
stuff
junk
vaatwerk
tableware
crockery
vessel
dinnerware
dishes
wash items
items
ware
utensils
kitchenware

Examples of using Utensils in English and their translations into Dutch

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Ecclesiastic category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Computer category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Furnishings and utensils of daily rural life.
Meubels en werktuigen uit het dagelijkse plattelandsleven.
Utensils for the preparation of cheese.
Gebruiksvoorwerpen voor de uitwerking van de kaas.
Clean utensils with white spirit.
Gereedschap reinigen met terpentine.
The kitchens come with a dishwasher, microwave, utensils and coffee maker.
Ze hebben een keuken met kookgerei, een magnetron, een koffiezetapparaat en een vaatwasser.
Our kitchen has free utensils and free coffee and tea.
Onze keuken is gratis keukengerei en gratis koffie en thee.
Disposable plates, disposable bowls and disposable utensils from Disposables.
Wegwerp borden, wegwerp kommen en wegwerp bestek van Disposables.
The utensils go to whoever takes the youngest.
Het gerei gaat naar diegene die de jongsten neemt.
The utensils and documents are always within reach with all configurations.
Bij alle configuraties zijn de benodigdheden en documenten altijd binnen handbereik.
Utensils and food processing equipment etc.
Werktuigen en het materiaal enz. van de voedselverwerking.
Which utensils are indispensable in your kitchen.
Welke gebruiksvoorwerpen zijn onmisbaar in uw keuken.
Clean utensils immediately after use with soap and water.
Gereedschap direct na gebruik met water en zeep reinigen.
The kitchen is fully equipped with modern equipment and utensils.
De keuken is volledig uitgerust met moderne apparatuur en keukengerei.
The kitchen is very well equipped with dishes and utensils.
De keuken is zeer goed uitgerust met servies en bestek.
Crockery, cutlery and utensils are all provided.
Servies, bestek en kookgerei is aanwezig.
The handy side pockets are ideal for utensils and condiments.
De handige zijzakken zijn ideaal voor keukenbenodigdheden en kruiden.
Utensils for making wine.
Benodigdheden voor het maken van wijn.
Utensils in the two kitchens are more than sufficient.
Gebruiksvoorwerpen in de twee keukens zijn meer dan voldoende.
Bathrooms, barbecue and its utensils, wifi etc.
Badkamers, barbecue en zijn gereedschap, wifi enz.
The kitchen was very well-equipped with utensils and pans.
De keuken was zeer goed uitgerust met keukengerei en pannen.
The modern house with linen and utensils enough for everyone.
Het moderne huis met linnen en bestek genoeg voor iedereen.
Results: 1696, Time: 0.0654

Top dictionary queries

English - Dutch