ADJEKTIV - vertaling in Nederlands

adjectief
adjektiv
woord
wort
begriff
sprechen
sagen
ausdruck
word
rede
woordje
wort
begriff
sprechen
sagen
ausdruck
word
rede

Voorbeelden van het gebruik van Adjektiv in het Duits en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Geheim. Adjektiv.
Du scheinst ein Adjektiv zu sein.
Je lijkt bijvoeglijk naamwoord.
Du wirkst Adjektiv.
Je lijkt bijvoeglijk naamwoord.
Ich suche kein Adjektiv für Pietro.
Ik wil geen bijvoeglijke naamwoorden voor Pietro bedenken.
Sie haben das Adjektiv unkenntlich gemacht.
Ze redigeerde het bijvoeglijke naamwoord.
Das Wort ist dabei ein Kofferwort aus dem Adjektiv elektronisch und Sport.
Het woord is een samenstelling van de Engelse woorden electronic en sport.
Das ist das Adjektiv,"rücksichtslos.
Dat is het naamwoord.'Tactloos.
Das Adjektiv"wirtschaftlich" kann daher nicht vernachlässigt werden.
Het bijvoegelijk naamwoord"economisch" mag daarom niet worden verwaarLoosd.
Adjektiv, absolut unbezwinglich.
Bijvoeglijk naamwoord.
Ich hab's eilig, wenn dir ein Adjektiv einfällt, schick mir eine SMS.
Sms me je bijvoeglijk naamwoord maar. Ik ga.
Es ist das Adjektiv.
Het is een bijvoeglijk… Maakt niet uit.
Nomen, Adjektiv, Adverb.
Zelfstandig naamwoord, Adjectief, Bijwoord.
Das Partizip Präsens kann auch als Adjektiv und Substantiv aufgefasst werden.
De stammen zelf kunnen zowel een adjectief als substantief voorstellen.
Hintaus existiert als Nomen und Adjektiv.
De ostān Qom valt samen met de gelijknamige en enige sharestan.
Leute.- Nomen, Adjektiv oder Verb?
Jongens.- Naamwoord, bijvoegelijk of werkwoord?
Hast du meinen Namen als Adjektiv benutzt?
Gebruikte je mijn naam nu als werkwoord?
Das Adjektiv"vorzeitig schmeichelt dir in der Tat sehr.
Je vleit jezelf met het bijvoeglijke"vroeg".
Bezieht sich ein Adverb auf ein anderes Adverb oder ein Adjektiv, wird es vor das Bezugswort gesetzt.
Als een bijwoord betrekking heeft op een bijvoeglijk naamwoord of op een ander bijwoord, wordt het vóór het betreffende woord geplaatst.
Dieses Adjektiv wurde 1580 von Montaigne benutzt,
Dit adjectief wordt voor het eerst gebruikt door Montaigne in 1580,
Der Papst Franziskus hat einen Familiennamen italienischen Ursprungs, der mit dem Adjektiv"Roman"(Petrus Romanus)
De paus Franciscus heeft een achternaam van Italiaanse oorsprong, die het bijvoeglijk naamwoord"Roman"(Petrus Romanus)
Uitslagen: 104, Tijd: 0.0762

Top woordenboek queries

Duits - Nederlands