GEKLEBT - vertaling in Nederlands

gelijmd
kleben
klebstoffe
leime
verklebung
verleimung
heißkleben
zusammenkleben
dem verkleben
geplakt
einfügen
kleben
paste
haften
scheiben
brammen
abbinden
heften
gekleefd
kleben
haften
hängen
hat
aangeplakt
vast
fest
sicher
wohl
bestimmt
wahrscheinlich
vermutlich
sicherlich
festhalten
halten
muss
vastgetaped
opgeplakt

Voorbeelden van het gebruik van Geklebt in het Duits en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Meine Mutter hat mich an einen Stuhl geklebt.
Mijn moeder heeft me op een stoel vastgetaped.
Der Händler hat sie unter eine Schreibtischschublade geklebt.
De antiekhandelaar had 'm vastgeplakt onder een bureaula.
Ob ich anderer Opfer an Stephanie geklebt haben.
De Geestmoordenaar kan dus de nagels van anderen op Stephanie hebben vastgelijmd.
Top verarbeitete Nähte geklebt.
Top verwerkte naden gelijmd.
Ich hab mal zwei Packungen Pflaster auf meine Puppe geklebt.
Ik had ooit alle pleisters op mijn pop geplakt.
Das ist geklebt.
Het zit vast.
Meine Mom hat mich wegen Waschbären an einen Stuhl geklebt.
Mijn moeder heeft me op een stoel vastgetaped.
du den Schuh mit Klebeband an dein Bein geklebt hast.
je je schoen aan je been hebt vastgeplakt.
genutet und an einer Seite geklebt.
gerild en aan een kant gelijmd.
Die Waffe war an seine Hand geklebt.
Het wapen was aan z'n hand geplakt.
Er hat kleine Quadermagneten an ein Metallregal im Keller geklebt.
Hij heeft kleine blokmagneetjes aan een metalen wandrek in de kelder gelijmd.
Der hat noch nie an einer Bank geklebt.
Het is nooit onder 'n bank geplakt.
Werden alle Ecken genagelt und geklebt für Stärke und Haltbarkeit.
Alle hoeken worden genageld, en voor sterkte en duurzaamheid gelijmd.
Wir hatten ein Stück Backpapier an den Radarschirm geklebt.
We hebben bakpapier op het radarscherm geplakt.
Sie war kaputt, wir haben sie geklebt.
Het was gebroken en we hebben hem gelijmd.
Ich habe das Etikett auf eine billige Flasche geklebt.
Ik heb het etiket op een goedkope fles geplakt.
Das hast du gut geklebt.
Dat heb je goed gelijmd.
Ich hab's an den Badspiegel geklebt.
Ik heb 't op m'n spiegel geplakt.
Sie haben sich aneinander geklebt.
Ze hebben zich aan elkaar gelijmd.
Sie haben Sticker auf uns geklebt.
Ze hebben stickers op ons geplakt.
Uitslagen: 312, Tijd: 0.0588

Top woordenboek queries

Duits - Nederlands