ZAUBERTRANK - vertaling in Nederlands

toverdrank
zaubertrank
trank
auslöschungstrank
drankje
getränk
alkohol
schnaps
alk
trinken
trank
fusel
lösung
saufen
sprit
toverdrankje
elixer
elixier
trank
zaubertrank
elixir
zaubertrank
drank
getränk
alkohol
schnaps
alk
trinken
trank
fusel
lösung
saufen
sprit
toverdrankjes
zaubertrank
trank
auslöschungstrank

Voorbeelden van het gebruik van Zaubertrank in het Duits en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Jeder Unsterbliche hat einen. Sein Zaubertrank.
Elke sterfelijke heeft er één. Zijn elixer.
Es ist kein Tropfen Zaubertrank mehr da.
Er is geen druppel toverdrank meer.
Ich hätte nie gedacht, dass ein Zaubertrank so gut riecht.
Ik wist niet dat een toverdrankje zo goed zou ruiken.
Die Kraft hast du zwar von meinem Zaubertrank, aber deine Intelligenz kommt von dir selbst.
Je kracht dank je aan mijn drank, maar je intelligentie is van jezelf.
Wir müssen einen Zaubertrank brauen.
We moeten een drankje maken.
Sie hat den Zaubertrank angepasst.
Ze heeft de Zaubertrank aangepast.
Er sammelt grade die Zutaten für seinen Zaubertrank.
Dat zijn de ingrediënten voor de toverdrank.
aber das ist kein Zaubertrank.
maar dit is geen toverdrankje.
Ich trinke meinen Zaubertrank.
Ik drink mijn elixer.
Gib uns Zaubertrank!
Geef ons van de drank.
Wie soll ich jetzt noch Zaubertrank zubereiten?
Hoe moet ik nu m'n toverdrank maken?
Es könnte Gift oder ein Zaubertrank sein.
Het kan vergif of een drankje zijn.
Er macht einen Zaubertrank.
Hij maakt een toverdrankje.
Jeder Unsterbliche hat einen. Sein Zaubertrank.
Elke onsterfelijke heeft er éën. Zijn elixer.
Mörser und Stößel für den Zaubertrank.
Heb jij toevallig een vijzel en een stamper voor de drank?
Wir brauchen den Zaubertrank.
Wij hebben toverdrank nodig.
Wir müssen einen Zaubertrank brauen. Er auch.
En hij ook. Kom, we moeten een drankje maken.
Sein Zaubertrank!
Zijn elixer.
Wo ist der Zaubertrank?
Waar is die drank?
Ich habe den Zaubertrank verloren.
Ik ben de toverdrank kwijt.
Uitslagen: 260, Tijd: 0.0503

Top woordenboek queries

Duits - Nederlands