I OWN - vertaling in Nederlands

[ai əʊn]
[ai əʊn]
ik zelf
i myself
i personally
i own
i do
by myself
by me
even i
i make
i had
i actually
ik heb
i have
i got
i did
i spent
lk bezit
i own
i have
ik erken
i acknowledge
i recognize
i recognise
i accept
i appreciate
i admit
i agree
i realise
i concede
i confess
bent mijn eigendom
are my property
ik eigen
i own
ik bezitten
i own
ik had
i have
i got
i did
i spent
ik zijn eigenaar
i own

Voorbeelden van het gebruik van I own in het Engels en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Ecclesiastic category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Computer category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
I own a school on Don Daleziou-Anth.
Ik ben eigenaar van een school op Don Daleziou-Anth.
I own about five apartments in Manhattan.
Ik bezit vijf appartementen in Manhattan.
Twenty-one, sir. I own 21 Koo Koo Roos.
Ik eigen 21 Koo Koo Roos. Eenentwintig, meneer.
I own 51 percent of the voting stock.
Ik heb 51 procent van de aandelen met stemrecht.
Great Father of mercies, thy goodness I own.
Grote Vader der barmhartigheden, ik erken Uw goedheid.
But I own it. I love coffee.
Maar ik zelf het. Ik hou van koffie.
Why? I own the Courier.
Waarom?- Ik ben eigenaar van de koerier.
I own a bookshop… in Notting Hill.
Ik heb een boekwinkel in Notting Hill.
I own three Broadway theaters.
Ik bezit drie Broadway theaters.
Odis, I own you.
Odis, je bent mijn eigendom.
He had me invest everything I own to make it look that way.
Hij liet mij alles investeren hetgeen ik bezat om het zo te laten lijken.
I own the Courier. Why?
Waarom?- Ik ben eigenaar van de koerier?
I own a Camaro and a beach house.
Ik heb een Camaro en een strandhuis.
And I own her house, so we won.
En ik bezit haar huis, dus we hebben gewonnen.
my home, and all I own.
mijn huis, en alles wat ik zelf.
My husband and I own and personally manage our unit.
Mijn man en ik bezitten en beheren persoonlijk onze eenheid.
Every single thing I own, gone.
Alles wat ik bezat, is weg.
I own this train.
Ik ben eigenaar van deze trein.
I own a hotel. I'm Sam.
Ik heb een hotel. Ik ben Sam.
I own a fabric factory in China.
Ik bezit een stoffenfabriek in China.
Uitslagen: 1196, Tijd: 0.0554

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Engels - Nederlands