VIVAIT AVEC - vertaling in Nederlands

woonde bij
vivent avec
leefde met
vie avec
vivre avec
en vivant avec
cohabitent avec
woont bij
vivent avec
samenwoonde met
vivre avec
cohabitent avec
cohabitation avec
emménager avec

Voorbeelden van het gebruik van Vivait avec in het Frans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Mme Kelly vivait avec son fils.
Mevr. Kelly leefde samen met haar zoon.
Elle vivait avec sa mère hors de la ville.
Ze woonde met haar moeder buiten de stad.
Il vivait avec Louise.
Hij woonde samen met Louise.
Elle vivait avec son beau-père.
Ze woonde samen met haar stiefvader.
Il vivait avec une Cynthia Thorpe,
Hij woonde samen met ene Cynthia Thorpe.
Elle vivait avec un jeune homme.
Ze woonde samen met een jongeman.
Le frère du premier mari d'Ignacia vivait avec eux.
De ongehuwde zoon, Hendrik woonde bij hen in.
La Cour intérieure(partie nord)- où l'empereur vivait avec la famille royale.
Noordelijke sectie of Inner Court- waar de keizer woonde met de koninklijke familie.
Leur fille vivait avec ses deux parents
Hun dochter woonde bij beide ouders en het paar zag elkaar
Elle vivait avec le frère sous un toit même après son mariage,
Ze leefde met broer beneden een dak zelfs na het het huwelijkse staat,
Il était célibataire et vivait avec ses parents à Bethsaïde.
Hij was ongetrouwd en woonde bij zijn ouders in Betsaïda;
Environ un an après sortir ensemble Marie les parents Alex vivait avec déplacé hors de l"état
Ongeveer een jaar na dating Maria, de familieleden Alex leefde met verhuisd van de staat
Devant moi se trouvait un homme qui vivait avec des réfugiés du Kosovo dans une maison d'accueil.
Juist voor mij bevond zich een man die in een onthaaltehuis samenwoonde met vluchtelingen uit Kosovo.
C'était un homme capable, de bonne souche, qui vivait avec sa famille à Capharnaüm.
Hij was een bekwaam man van goede afkomst en woonde bij zijn familie in Kafarnaüm.
Elle vivait avec un mec, qui a levé la main contre elle,
Ze woont bij een man die haar slaat, dus ze heeft hem gedagvaard.
Il était une fois, un roi majestueux, qui vivait avec son frère noble dans un royaume coloré où la musique
Er was eens een majestueuze koning… die leefde met zijn nobele broer… in een kleurrijk koninkrijk,
une mère célibataire, vivait avec son fils de 13 ans à Boynton Beach.
alleenstaande moeder. Ze woonde met haar 13-jarige zoon in Boynton Beach.
Elle vivait avec sa famille à Ishinomaki,
Ze woonde met haar gezin in Ishinomaki.
Waris vivait avec ses parents et frères
Waris woonde met zijn ouders en broers
Elle vivait avec ses filles dans le giron de luxe fiers,
Ze woonde met haar dochters in de schoot van luxe-trots,
Uitslagen: 78, Tijd: 0.0485

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Frans - Nederlands