Voorbeelden van het gebruik van Afkicken in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ze wilde afkicken.
Je maakte je zorgen vanwege zijn afkicken.
Hij kan niet stoppen met huilen omdat hij aan het afkicken is van Crystalmeth.
Ik moet afkicken.
Ik wist het. Afkicken.
Ze wilden samen afkicken.
Ze moet afkicken.
Hij is hier omdat hij wilde afkicken.
Dat noemen ze afkicken.
Maar hij wou afkicken voor haar.
Zoals je ziet kan afkicken heel naar zijn.
Sorry. Ik ben de fout in gegaan, maar ik wil afkicken.
De film ligt een maand plat. Afkicken.
Ik moet helemaal afkicken.
Ja, dat is, normaal bij het afkicken.
Pardon, ik zoek boeken over verslaving en afkicken.
Je hielp me met afkicken, maar ik had een terugval.
En raad eens wie er deze week aan het afkicken is?
U vertoont duidelijk tekenen van afkicken.
Maar wel om welke beroemdheid aan het afkicken is zeker?