Voorbeelden van het gebruik van Agrippa in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Agrippa, we moeten gaan.
Ik kwam Agrippa tegen.
Agrippa wil met Julia trouwen.
Agrippa heeft een punt.
Agrippa zal voor je zorgen.
Je hebt veel eigenschappen, Agrippa.
Het moet Agrippa worden.
Agrippa is bij hem geweest.
Het was Marcella die Agrippa inlichtte.
Agrippa zal ervoor zorgen.
Agrippa en Piso zorgen voor alles.
Ik vraag vergeving aan Agrippa.
Niet als je tegenstander Agrippa kent.
Laat Agrippa voor alles zorgen.
Agrippa zal dit niet graag zien.
Je bent uit vorm, Agrippa.
Maar hij beloofde het jou. Agrippa?
Agrippa, is er iets?
Agrippa vergat me toegang te geven.
Agrippa! Marcellus heeft het niet verdiend.