Voorbeelden van het gebruik van Arif in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
de heer Arif, feliciteren met zijn deugdelijke analyses.
Men herkent heel duidelijk de naam ARIF op de muren van de grotten.
Meneer Arif.
Beste Arif.
Opeten, Arif.
Arif, jongens!
Ik ben Arif.
Jongen… Arif….
Arif is gestoord!
Ja. Beste Arif.
Geef antwoord, Arif.
Arif hou op!
Broer ik heet Arif.
Rustig maar rustig Arif.
Arif. Allemaal achteruit.
Ik nomineer Zahir Arif.
Arif kijk eens hier.
Arif hij heeft me herkend.
Je bent hier, Arif.
Ik ben het, Arif.