Voorbeelden van het gebruik van Arif in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Arif heeft je dat verteld.
Arif, klim niet!
Arif, ze vallen binnen!
We hebben een foto van Arif.
Arif, hoeveel zie je?
Adebisi die bij Arif zit.
Ik ben niet bang, Arif.
Hoe ging het met Arif?
Dat waren Sonsyrea Arif… en Charles Balis.
En wat ben jij, Arif?
Je moet Arif vinden, en Bashir.
Arif Mardin speelt hoorn op Melody.
Montgomery wist veel meer details dan Arif.
Arif, ik moet je iets vragen.
Hoe lang gaat dit duren, Arif?
Arif, we moeten naar het laatste fort.
We vallen terug op Arif, Siddique en Bashir.
Zijn naam is Arif. Hij ontmoette hem in Rawalpindi.
Ik bel Arif en bel je dan onmiddellijk terug.
Arif heeft de sieraden van het witte paard gestolen.